
u/Chaimasala

Briefschrijver die in De Telegraaf de aanslag op D66 vergoelijkte, blijkt niet te bestaan: ‘Het is een pseudoniem’
volkskrant.nlManosfeer dringt het klaslokaal binnen: veel leraren maken zich zorgen over invloed van oerconservatieve geluiden
Het waren altijd de leukste lessen van het jaar: de weken dat hij met zijn vijfde klas het thema vrouwengeschiedenis besprak. Dat onderwerp maakt ‘veel los’, zegt docent Simon Boeke die les geeft op een Amsterdams gymnasium. Er ontstaan levendige discussies en leerlingen willen spontaan presentaties geven. ‘Want dit gaat over wat geschiedenis eigenlijk is en wie daarin een stem krijgt.’
Maar de laatste jaren loopt het anders. Steeds minder leerlingen willen een presentatie geven, discussies blijven uit. ‘Als ik leerlingen vraag wat vind je hier nou van, is het: tja, ik weet niet.’ Die ene keer dat een leerling wel iets kwetsbaars durft te zeggen, beginnen jongens achterin te smiespelen en te grinniken. ‘Dat is dodelijk.’
Zijn leerlingen blijven stil uit angst, vermoedt de docent. Ze zijn bang voor dat groepje jongens achter in de klas, die zich ‘dusdanig macho gedragen, dat iedereen zichzelf gaat censureren’. Leerlingen die bekendstaan als fan van Andrew Tate. Of ze daadwerkelijk in de ban zijn van de van verkrachting en mensenhandel verdachte Britse influencer, weet de docent niet.
‘Dat maakt het zo ingewikkeld: deze leerlingen brengen een angstcultuur met zich mee, maar de heftigste dingen spelen zich buiten mijn gezichtsveld af.’ Hij zal deze jongens bijvoorbeeld niet snel horen zeggen dat ze vrouwengeschiedenis onzin vinden, zegt Boeke. ‘Ze zeggen wel dat geschiedenis vaak over mannen gaat: blijkbaar zijn dát toch natuurlijke leiders.’
In Nederlandse klaslokalen klinken de laatste jaren steeds vaker oerconservatieve, misogyne geluiden. Van leerlingen die zelfverklaard vrouwenhater Tate een ‘groot denker’ noemen, tot een jongen die zegt dat vrouwen in een relatie altijd beschikbaar moeten zijn voor seks.
Dat valt op te maken uit een vragenlijstonderzoek van Ipsos I&O, uitgevoerd in opdracht van Stichting School en Veiligheid, dat vandaag verschijnt. Bijna vijfhonderd leraren, leerlingenbegeleiders en andere onderwijsmedewerkers vulden de enquête in. Zij zijn werkzaam in groep 7 of 8 van het basisonderwijs, op een middelbare school of in het mbo.
Uit het onderzoek komt een beeld naar voren dat aansluit bij Boekes observatie: vaak gaat het om een enkele leerling of een klein groepje dat heftige uitspraken doet. Maar volgens bijna de helft van de docenten zijn dit wel de leerlingen met een behoorlijke sociale status, die de sfeer in de klas bepalen.
De manosfeer
Met de enquête hoopt School en Veiligheid zicht te krijgen op de invloed van de manosfeer – een verzamelnaam voor online-influencers die mannen voorspiegelen dat ze pas meetellen als ze rijk en gespierd zijn, met een mooie, onderdanige vrouw aan hun zijde. Dat werd in Nederland nog niet eerder onderzocht. Onderzoeken in Australië en het Verenigd Koninkrijk lieten al wel zien hoe de manosfeer het klaslokaal is binnengedrongen.
‘Van docenten krijgen we al langer signalen dat ze worstelen met leerlingen die heftige, vrouwonvriendelijke uitspraken doen’, zegt Martje Heerkens, beleidsmedewerker van School en Veiligheid. ‘We wilden weten of dit breder speelt.’
Het onderzoek is niet representatief, maar het geeft dankzij een brede spreiding naar sector, functie en regio wel een goede indicatie van de zorgen die bij onderwijsmedewerkers leven, zegt Nikki Dekker, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar polarisatie onder jongeren en niet betrokken is bij de enquête.
Op middelbare scholen zijn die zorgen het grootst, valt af te leiden uit het onderzoek: 75 procent van de ondervraagde medewerkers maakt zich weleens zorgen. In de meeste gevallen gaat het om ‘lichte of matige’ zorgen – 11 procent maakt zich ernstige zorgen. Op het mbo maakt 59 procent van de ondervraagde medewerkers zich zorgen en in het basisonderwijs geldt dat voor 46 procent.
De uitwassen van de manosfeer zijn lastig in kaart te brengen. Tieners kijken niet alleen naar video’s van extreme, Andrew Tate-achtige figuren die centraal stonden in de onlangs verschenen Netflix-documentaire Inside the Manosphere van Louis Theroux. Het gedachtegoed verspreidt zich vaak subtieler, via memes, of door slim in te haken op interesses van de kijker – games, films, sport.
Voedingsbodem op de basisschool
De meeste leerlingen van Marcel Jans zijn te jong om het gedachtegoed van de manosfeer te begrijpen. Maar als leraar op verschillende basisscholen in Groningen ziet Jans wel hoe bij sommige kinderen een voedingsbodem wordt gelegd waar extreem gedachtegoed makkelijk wortel schiet.
Neem het drukke jongetje met de grote mond van wie leerkrachten direct aanvoelen dat hij voor problemen gaat zorgen. Niet alleen omdat hij dingen roept zonder echt te begrijpen hoe hij anderen daarmee kwetst, maar ook omdat andere jongens meegaan met zijn gedrag uit angst om zelf mikpunt te worden.
Zo kreeg een leerling op Jans’ school ooit ruzie met een klasgenoot die zich niet echt jongen voelde. ‘Daar had die 9-jarige een video over gemaakt, van ‘fok hem’, en op YouTube gezet.’ De school greep direct in, voerde gesprekken met ouders en leraren.
Hoewel begrenzen belangrijk is, kan een gebrek aan positieve interacties met docenten ertoe leiden dat een kind zich op school vooral afgewezen voelt. ‘Jongeren die minder autonomie en erkenning ervaren, zijn vatbaarder voor de denkbeelden van de manosfeer’, zegt jeugdonderzoeker Dekker.
Eenmaal op de middelbare school lijken Andrew Tate en andere mannelijkheids-influencers vooral populair bij jongens die ‘toch al wat meer macho zijn’, zegt maatschappijleer-docent Gijs Korenblik, die les geeft op een school in de Achterhoek. Het zijn leerlingen die opgroeien in een masculiene cultuur, vermoedt hij. ‘Het soort gezin waar de rolverdeling traditioneel is en de man dominant.’
Het wereldbeeld dat leerlingen thuis en in hun omgeving meekrijgen, speelt een belangrijke rol in hoe gevoelig ze zijn voor de denkbeelden van de manosfeer, zegt ook socioloog Quita Muis van de Universiteit van Tilburg. ‘Jongeren zijn geen onbeschreven blad, ze nemen niet alles klakkeloos over. De jongeren die worden aangetrokken door de manosfeer staan er al meer voor open.’
‘95-plus-ideeën’
Er is nog iets aan de hand. Jongeren worden de laatste jaren conservatiever. Gold de jongste generatie decennialang als de progressiefste, inmiddels komen de meningen van de jongste generatie over thema’s als abortus en homoseksualiteit het meest overeen met die van 95-plussers. Dat blijkt uit de European Values Study, dat sinds 1981 de opvattingen van Europeanen meet, waaraan Muis meewerkte.
Hoe dat komt is niet zeker, zegt de onderzoeker. Wel wijst onderzoek uit dat mensen die in een stabiele en veilige situatie opgroeien, vaak progressiever zijn. ‘Ze zijn minder gericht op overleven.’ Lang groeiden Nederlandse jongeren op in de wetenschap dat zij het vermoedelijk beter zouden gaan krijgen dan hun ouders. Voor tieners van nu geldt dat in mindere mate, zegt Muis. Zij vragen zich af of ze nog een huis kunnen kopen, of één salaris nog genoeg is om een gezin te onderhouden.
Ook in voorgaande generaties ontsnapte geen puber aan de bij vlagen krankzinnigmakende onzekerheid die gepaard gaat met het ontwikkelen van een identiteit. Maar nu de verwachtingen van de buitenwereld veranderen, onder meer op het gebied van genderrollen en daten, is dat proces voor sommige jongeren nog ingewikkelder, ziet jongerenonderzoeker Dekker. ‘De manosfeer biedt schijnbaar pasklare antwoorden op de vraag hoe je later financieel succesvol wordt, hoe mannen en vrouwen zich horen te gedragen, hoe je een relatie krijgt.’
Tweedeling op de middelbare school
Vijf jaar geleden waren haar leerlingen ruimdenkender, zegt docent Madelijne Koenders. Al zeventien jaar geeft ze het vak maatschappijleer, de laatste jaren op een school in het Gelderse Velp. ‘Toen had ik nog geregeld kinderen in de klas die een andere aanspreekvorm wilden. Een leerling die bij ons bekendstond als meisje werd een jongen of andersom. Dat zie ik nu niet meer.’
Wel hoort ze jongens nu vaker zeggen dat ze rijk willen worden, dat ze een vrouw willen die thuisblijft – opvattingen die voorheen impopulair waren. ‘Sommige meiden gaan daarin mee, zeggen dat ze later een rijke man zoeken die voor ze kan zorgen’, zegt Koenders. ‘Maar de meeste meiden zijn progressiever dan de jongens.’
Dekker ziet dit ook terug in het onderzoek dat ze uitvoert naar de opvattingen van scholieren, onder meer over lhbti’ers. Volgens de gezondheidsmonitor van de GGD Amsterdam neemt de acceptatie voor deze groep onder middelbare scholieren af. ‘Tienerjongens denken conservatiever over onderwerpen als genderidentiteit en lhbti’ers dan meiden’, zegt Dekker.
Die tweedeling levert soms strijd op in het klaslokaal, blijkt uit de enquête van School en Veiligheid. Een docent vertelt daarin dat een deel van de meiden de discussie aangaat, ‘meestal zijn ze verbaal sterker’.
Maar de helft van de ondervraagde onderwijsmedewerkers op middelbare scholen ziet óók dat meiden zich soms of regelmatig oncomfortabel of onveilig voelen door uitspraken van jongens. Ze worden stiller, trekken zich terug. Een leraar schrijft dat de sfeer soms grimmig wordt. Een andere heeft de indruk dat meiden zich ‘steeds meer terug laten duwen in het onderdanige man-vrouwpatroon’.
Ook jongens gaan gebukt onder ‘dat hele masculiene’, zegt Koenders. ‘Ik weet van sommige jongens dat ze het machogedrag zo vervelend vinden dat ze niet meer naar school willen.’ Het blijkt ook uit de enquête: 39 procent van de docenten ziet dat jongens zich soms ongemakkelijk of onveilig voelen door opmerkingen van andere jongens over hoe je een goede man moet zijn.
Bij lhbti-leerlingen is dit percentage met 59 procent nog een stuk hoger: zij zitten het vaakst klem, blijkt uit de enquête. Uit de gesprekken die de Volkskrant voor dit verhaal met docenten voerde komt geregeld naar voren dat Paarse Vrijdag de laatste jaren moeilijker ligt. Leerlingen tuigen protestacties op tegen deze dag die draait om acceptatie en emancipatie van lhbti-leerlingen. Ze vertellen over groepjes lhbti-leerlingen die – ook buiten Paarse Vrijdag – met eten worden bekogeld, of in whatsappgroepen worden lastiggevallen.
‘Labiele’ juffen
Nog een opvallende uitkomst: bijna een op de drie vrouwelijke onderwijsmedewerkers die de enquête invulde, heeft weleens meegemaakt dat haar autoriteit door leerlingen wordt ondermijnd vanwege haar vrouw-zijn. Of dat door de manosfeer komt valt niet te zeggen, zegt Heerkens van School en Veiligheid. ‘Het is bij mijn weten voor het eerst dat dit onderzocht is in Nederland.’
De vrouwelijke docenten die de Volkskrant sprak, ervaren zelf geen autoriteitsprobleem. Maar basisschoolleraar Jans herkent het wel bij collega’s. Niet alleen leerlingen ondermijnen het gezag van vrouwelijke docenten, ziet hij. ‘Ik had ooit een gesprek met de ouders van een jongen die heftige dingen roept en moeite heeft om de autoriteit van vrouwelijke leraren te accepteren. Een van de ouders zei: ‘Jullie hebben ook veel te veel labiele juffen in dienst.’’
Vrouwelijke onderwijsmedewerkers signaleren in het onderzoek van School en Veiligheid wat vaker vrouwonvriendelijk gedrag in de klas (61 procent) dan mannen (50 procent). Een vrouwelijke middelbareschooldocent die anoniem wil blijven, vertelt dat een leerling uit haar klas enthousiast vertelde dat ze in het weekend bij een feministisch protest was. ‘Daarop zei een jongen: ‘Typisch vrouwen, altijd zeuren en klagen.’’ Toen ze het met een mannelijke collega besprak, haalde hij zijn schouders op. Zo was hij op die leeftijd ook – en dat is toch goed gekomen?
Troef in handen
De helft van de ondervraagde onderwijsmedewerkers heeft het gevoel dat ze niet genoeg weten over de manosfeer en hoe ze hier in de klas mee moeten omgaan. ‘Op onze website kunnen leraren lezen hoe ze dit kunnen doen’, zegt Heerkens. ‘Het is aan schooldirecties en ook aan de overheid om leraren de ruimte te geven zich hierin te verdiepen én ervoor te zorgen dat het schoolbreed wordt aangepakt, niet alleen door een handjevol docenten die er meer oog voor hebben.’
Gelukkig ligt er, afgaande op de enquête, op Nederlandse scholen een stevig fundament om de strijd tegen vrouwonvriendelijke opvattingen aan te gaan: acht op de tien leraren zeggen een warme band met jongens te hebben. Heerkens: ‘Als we van íéts weten dat het spanningen in de klas vermindert, is dat een goede relatie tussen docenten en leerlingen.’
Daarom vindt de anonieme vrouwelijke docent het verdrietig dat sommige mannelijke collega’s hun goede band met een jongen niet op het spel willen zetten door hem aan te spreken op zijn gedrag – ook uit de enquête blijkt dat een op de zes leraren bang is om jongens van zich te vervreemden door hun ideeën over mannelijkheid af te wijzen. ‘Het is geweldig om als docent een rolmodel te kunnen zijn voor een leerling die dat misschien wel hard nodig heeft. Die band moet je koesteren, maar bovenal benutten, door de moeilijke gesprekken aan te gaan.’
Loosdrecht vormde dagenlang het decor van grootschalige anti-azc-protesten. Opvallende noviteit: de vrouwenmars van vorige week zaterdag. Daarop kwam veel kritiek. ‘De gedachte dat vrouwen veel te vrezen hebben van migranten wordt al ruim 25 jaar verspreid door uiterst rechts.’
Roze bodywarmers, roze blazers, roze tussenjassen en roze oorbellen. In Loosdrecht liepen afgelopen weekend honderden vrouwen in de avondzon, op de maat van Beyoncés hit Run the World (Girls).
De vrouwen droegen borden met ‘Is onze veiligheid niet belangrijk meer?’ en ‘Wij eisen de nacht op’. Op sommige borden waren hartjes getekend.
Maar ze scandeerden ook dit: ‘Azc, weg ermee.’
Het Hilversumse raadslid Frederique Durlacher liep mee in deze vrouwenmars. ‘Een politieman zei: ‘Ik heb nog nooit zoveel Porsches zien voorrijden bij een demonstratie.’ Ze lacht: ‘Dit is natuurlijk wel het Gooi’. Al die roze vestjes en gouden knoopjes, dat hoort volgens haar bij Loosdrecht. ‘Het zou me niets verbazen als het met een glas chardonnay in de hand is bedacht. Ik zag veel vriendinnengroepen en vrouwen die elkaar hartelijk groetten.’
Durlacher, die zich zich twee jaar geleden afsplitste van de partij BVNL van Wybren van Haga, steunt de boodschap van de mars, die volgens haar gemoedelijk en vrolijk was. ‘De komst van een groep mannelijke asielzoekers is Loosdrecht rauw op het dak gevallen. Bewoners zijn niet gehoord en maken zich terecht zorgen over hun kinderen die straks langs de noodopvang naar school moeten fietsen.’
Nieuw fenomeen
Een vrouwenmars is een nieuw fenomeen bij het azc-protest, zeggen deskundigen tegen de Volkskrant. ‘Ik heb dit in Nederland nog niet eerder gezien’, stelt Willem Wagenaar, onderzoeker bij de Anne Frank Stichting.
Dat ziet ook Iris Beau Segers, mediawetenschapper aan de Universiteit van Oslo en gepromoveerd op onderzoek naar asielprotesten. ‘Maar de gedachte dat vrouwen veel te vrezen hebben van migranten is natuurlijk niet onbekend. Die wordt al meer dan 25 jaar verspreid door uiterst rechtse politici.’
De organisatoren zijn in de media terughoudend en blijven (grotendeels) anoniem. Uiteindelijk reageerden ze pas vrijdagmiddag, en alleen schriftelijk, op vragen van deze krant.
Ondertussen lijkt het idee van zo’n mars ook elders aan te slaan. In Utrecht en Apeldoorn staat deze zaterdag eveneens een vrouwenmars op de rol. Op 16 mei: Hellevoetsluis.
Is in Loosdrecht een nieuwe protestcultuur geboren? En welke invloed hebben demonstrerende vrouwen en kinderen op het asieldebat?
Vuurwerk en eieren
De vrouwenmars in Loosdrecht volgde op een week van protest. Aanleiding was het bericht op 17 april dat de gemeente tijdelijk 110 asielzoekers ging opvangen in het gemeentehuis van Wijdemeren, gelegen in Loosdrecht. Ze zouden binnen een week komen, voor maximaal zes maanden.
Bewoners voelden zich overvallen en uitten via een petitie hun zorgen over ‘leefbaarheid en veiligheid’. Die petitie is ruim 4.500 keer ondertekend.
Ook gingen ze avond aan avond de straat op, geregeld vergezeld door aanhangers van het extreemrechtse Defend Netherlands, dat overal in het land demonstreert tegen beoogde opvanglocaties. De ME moest meermaals ingrijpen, onder meer omdat er met eieren en zwaar vuurwerk werd gegooid. ‘We gaan door tot ze luisteren’, schreef Defend Netherlands op Instagram.
Wilde geruchten stookten het vuur op. Dat de gemeente al veel eerder wist dat er asielzoekers kwamen, want er was een buslijn omgelegd. Dat er alleen overlastgevers zouden komen die elders waren weggestuurd. Dat de opvang na 1 november gewoon doorgaat. Allemaal niet waar, zegt burgemeester Mark Verheijen (VVD). ‘Desinformatie gaat sneller rond dan we die kunnen weerleggen.’
Vorige week woensdag raakte een agent gewond bij een demonstratie, die donderdag noemde minister David van Weel (Justitie, VVD) de relschoppers ‘tuig’. Weer een dag later meldde het gemeentebestuur dat er geen 110 maar zeventig asielzoekers zouden komen.
Dat besluit was genomen ‘na gesprekken met inwoners’ tijdens inloopbijeenkomsten, benadrukt burgemeester Verheijen. ‘We zwichten niet voor gewelddadige demonstranten. Als we naar hen hadden geluisterd, was het hele plan van tafel gegaan. Daartoe waren we niet bereid.’
Zuurstokroze pamflet
Tegen het decor van deze gewelddadige acties ontstond het idee voor een vrouwenprotest. ‘We willen laten zien dat je ook vreedzaam je stem kan laten horen’, zei een van de organisatoren in De Gooi- en Eemlander. ‘Met vlaggen en fluitjes kom je ook een heel eind.’ Ze had zich mateloos geërgerd aan de relschoppers. ‘Ik moest zelfs vluchten voor het vuurwerk.’
Via sociale media verspreidden de vrouwen een zuurstokroze pamflet met hartjes en een venussymbool. ‘Ik ben bij de vrouwenmars op zaterdag 25 april. Jij ook?’
Ook Danique de Jong, oprichter van Wij Eisen de Nacht Op, ontving een uitnodiging. ‘Ik kreeg een enthousiast berichtje van de organisatie, of ik ook wilde komen.’
De Jong begon met het initiatief na de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude, vorig jaar augustus. De verdachte, vermoedelijk een Nigeriaan, verbleef in een azc. Maar (seksueel) geweld tegen vrouwen is een probleem van de hele samenleving, zegt De Jong, niet alleen van mannen in asielprocedures. Dat benadrukken ook onderzoekers en vrouwenorganisaties.
De Jong: ‘Ik begrijp dat sommige vrouwen in Loosdrecht oprecht bang zijn voor de komst van mannelijke asielzoekers. Maar die angst wordt ze aangepraat vanuit radicaal-rechtse groepen. Ik heb uitgelegd dat ik niet zou komen en niet wilde dat de naam van mijn beweging werd gebruikt.’
Volgens Willem Wagenaar van de Anne Frank Stichting strijden sinds de moord op Lisa twee analyses om voorrang. Eén: we hebben een mannenprobleem, we pakken de nacht terug. Twee: het is een migrantenprobleem. ‘Die narratieven beconcurreren elkaar in het maatschappelijk debat. En ze versterken elkaar. Dat zag je bij de rellen op het Malieveld. Daar kwamen mannen uit de voetbalscene op af. Zij dachten: ‘Pardon, een mannenprobleem? Wij hebben Lisa niet vermoord!’’
Verdedigen
Volgens onderzoeker Iris Beau Segers kunnen de beweegredenen om mee te doen aan demonstraties tegen een azc divers zijn: ‘Sommige deelnemers baseren zich op uiterst rechts gedachtengoed, anderen geloven desinformatie over de risico’s, weer anderen zijn ontevreden over de lokale overheid.’
Segers benadrukt dat azc’s ‘in de meeste gevallen’ geen grote problemen veroorzaken. Dit blijkt ook uit recente onderzoeken rondom azc-locaties, onder meer uitgevoerd door Bureau Beke. Bewoners rond asiellocaties geven hun veiligheidsgevoel een voldoende.
Voor deelnemers aan de mars staan vrouwen en kinderen centraal. ‘Die werd bezocht door een brede groep inwoners uit Loosdrecht, onder wie vriendinnengroepen, moeders, dochters, kinderen en klasgenoten, meiden van de sportclubs zoals , voetbalteams’, reageert een moeder uit de omgeving en woordvoerder van de vrouwenmars, die haar naam liever niet noemt.
Er liepen ook vrouwen mee met vlaggen en een banner met ‘Defend Loosdrecht’. Die vlag roept sterke associaties op met het extreemrechtse Defend Netherlands. Het Instagram-account Defend Loosdrecht (bijna tweehonderd volgers) volgt ook verschillende Defend-groepen.
De maker van de vlaggen, Sander Muller, zegt dat hij niets van Defend-groepen afwist. ‘Dat logo ging rond in een appgroep.’ Volgens de organisatie had de mars geen politieke insteek, aldus de woordvoerder. ‘Eventuele uitingen van individuele deelnemers staan los van de organisatie en weerspiegelen niet de intentie van de mars als geheel.’
Teleurstelling
In de eerste verslaggeving werd het vreedzame karakter van de mars benadrukt, maar in de dagen erna kwam er ook stevige kritiek. Zo zei Lidewij Baart van Dolle Mina in het tv‑programma Nieuws van de Dag: ‘Wie onze leuzen misbruikt om vluchtelingen en asielzoekers te demoniseren, strijdt niet voor vrouwenveiligheid maar misbruikt de strijd hiervoor.’
In de Volkskrant schreef klinisch neuropsycholoog en universitair docent Anne Buunk: ‘Een enorm groot probleem, geweld tegen vrouwen en meisjes, wordt hier geracialiseerd, gevoed door misinformatie en framing door overwegend extreemrechtse groeperingen.’
Dat opiniestuk, en met name de kop (‘De 600 vrouwen in Loosdrecht kozen voor haat in plaats van dialoog’), schoot niet alleen sommige lezers, maar ook de vrouwen achter de mars in het verkeerde keelgat. Ze zeggen wél contact te hebben met de gemeente en met gemeenteraadsleden. De organisatoren betreuren het dat ze worden geframed als haatzaaiers en dat het stuk vrouwenorganisaties lijnrecht tegenover elkaar zet, ‘terwijl het ons in de kern om hetzelfde gaat: de veiligheid van vrouwen en kinderen’.
Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit Amsterdam, begrijpt die teleurstelling wel. ‘Ik zie deze mars wel degelijk in het verlengde van de protesten na de moord op Lisa. Toen ging het maatschappelijke gesprek ook over meisjes die veilig naar hockey moesten kunnen. Ik kan me voorstellen dat organisatoren van de mars in Loosdrecht nu denken: wij komen toch op voor dezelfde waarden?’
Toch zal het voor de vrouwengroep uit Loosdrecht lastig worden om aansluiting te vinden met groepen als Dolle Mina. ‘Die willen zich niet associëren met de rechts-radicale sfeer rondom de protesten in Loosdrecht en de rondreizende Defend-groepen.’
Femonationalisme
Anti azc-vrouwenprotesten zijn koren op de molen van het ‘femonationalisme’, stelt de van oorsprong Amerikaanse onderzoeker Eviane Leidig, auteur van The Women of the Far Right (2023). Binnen deze politieke stroming worden vrouwenrechten als wapen gebruikt in de strijd tegen migratie en emancipatie van minderheidsgroepen.
De vrouwen in Loosdrecht doen haar denken aan The Pink Ladies, een Britse groep die – eveneens in roze – demonstreert tegen de opvang van asielzoekers en statushouders. Een van die ‘pink ladies’ vertelde tegen CNN dat ze wilde laten zien dat demonstranten geen ‘racistische relschoppers’ zijn, maar ‘een gemeenschap die bang is’. Dankzij deze groep wordt het het Britse asielprotest meer mainstream.
Volgens Leidig zijn er talloze vrouwengroepen met een anti-migratie- en anti-asielretoriek, van het Franse Collectif Némésis tot aan de Duitse radicaal-rechtse actiegroep Lukreta. ‘Vrouwen dragen bij aan het normaliseren van haat voor kwetsbare groepen, zoals alleenstaande asielzoekers. Het argument van openbare veiligheid heeft een sterke aantrekkingskracht, want iederéén wil dat vrouwen en meisjes rustig over straat kunnen. In Loosdrecht is dat nog krachtiger, omdat het gaat over noodopvang van mannen.’
Maar, vindt Leidig, waarom gaat het zo weinig over de veiligheid van asielzoekers? ‘Het lokale bestuur en ook de landelijke politiek moeten nog beter uitleggen waarom noodopvang nodig is en hoe kwetsbaar de mannen zijn over wie het gaat. Nu komt eigenlijk niemand voor deze groep op.’
Wat een lokaal bestuur al helemaal niet moet doen, vindt Leidig, is toegeven aan de angst. ‘Het terugschalen van 110 naar zeventig asielzoekers heeft ook geen effect. De demonstranten zetten door.’
Die boodschap staat ook op het Instagramaccount van Defend Loosdrecht : ‘Wij gaan door tot 0, wij accepteren er geen 1!!’ Donderdag kwam FvD-leider Lidewij de Vos naar het dorp, vrijdagavond marcheerden demonstranten van het gemeentehuis in Hilversum naar het gemeentehuis in Loosdrecht.
Een voor dit weekend aangekondigde tweede vrouwenmars in Loosdrecht is afgelast, laat de woordvoerder weten. ‘Door de recente media-aandacht en het ontstane beeld’ kunnen ze de veiligheid van vrouwen en kinderen niet garanderen.