u/Fun_Pizza6186

Slag bij Lafelt (1747), deel II.
🔥 Hot ▲ 122 r/vaderlandsehistorie

Slag bij Lafelt (1747), deel II.

Tot nu toe: de Fransen waren op weg naar Maastricht om de belangrijke vestingstad te veroveren. Het Geallieerde leger, waaronder Nederlandse troepen, probeerde de Fransen te onderscheppen. Helaas voor de Nederlanders waren de Fransen sneller ter plaatse dan de Geallieerden. Zij hadden de hoogtes in handen. Maar toch waren het zij die de aanval begonnen.

De Veldslag

Vanaf een kleine verhoging keek Cumberland (commandant van het Geallieerde leger) naar het dal, waar duizenden Franse cavaleristen zich verzamelden tussen de velden bij Vlijtingen. Maar van infanterie geen spoor. Dat duidt er niet bepaald op dat de Fransen zouden aanvallen op de door hem verwachte locatie. Was dit een afleidingsmanoeuvre? Een schijnaanval? Alles leek rustig bij zijn sterke rechterflank bij Alden Biesen. Te rustig. Hij keerde om en reed terug naar de landcommanderij. Ontbijt leek op dat moment belangrijker dan een aanval die hij op dit moment nog niet verwachtte.

De verbazing — en wellicht ook de paniek — moet groot zijn geweest toen de Engelse luitenant-kolonel Forbes de commanderij binnenstormde. ‘Duizenden Fransen infanterie verzamelen zich rond Riemst met als doel onze linkerflank, generaal’. De stilte zal snel hebben plaatsgemaakt voor actie. Ze moesten wel. Anders was de slag nog voor de lunch gedaan.

Cumberland spoedde zich naar Kesselt, waar hij zag dat er in de verte inderdaad duizenden Fransen aan het verzamelen waren. Hij besloot snel te handelen. Lafelt, omgeven door holle wegen waar troepen bescherming konden zoeken, moest het ankerpunt van zijn linkerflank zijn. Daar waar nu nog alleen een handvol Kroaten gelegerd waren, moesten talloze geallieerde bataljons samenstromen om een vuist te vormen tegen de storm die ging komen. In twee linies van van elk vier bataljons, samen met de net aangekomen artillerie, moesten de geallieerden de Fransen tegenhouden. Net op tijd, want de stukken geschut stonden nog niet opgesteld of Franse infanterie en cavalerie trokken op richting Lafelt voor de aanval.

Ondanks de tegenmaatregelen, konden de geallieerde troepen in eerste instantie niet verhinderen dat twee Franse brigades Lafelt binnen konden dringen. Het kostte ze veel moeite om de Fransen te verjagen, wat uiteindelijk lukte. Rond 11.30 strandde een tweede Franse aanval op Lafelt. Tegen de middag stond Lafelt letterlijk in lichterlaaie. Boomgaarden brandden als fakkels, zwartgeblakerde muren stortten in, en het dorp ademde rook en bloed. geallieerde soldaten zetten zich schrap in de resten van huizen, achter ingestorte muren. Iedereen wist: dit was nog niet het einde.

Cumberland stuurde koerier na koerier naar zijn rechterflank. Versterkingen moesten komen, en snel. De Oostenrijkers, in gelid en roerloos opgesteld bij Alden Biesen, kregen orders om 9 bataljons tezamen met een korps cavalerie naar de linkerflank te sturen. Maar zelfs terwijl de mannen in beweging kwamen en de hoeven op natte grond klonken, bleef het onzeker of ze op tijd zouden zijn. In zijn hoofd rekende Cumberland scenario’s uit, mogelijkheden, paden. Lafelt moest standhouden, koste wat het kost. Ook vroeg Cumberland aan de Oostenrijkers en Nederlanders of zij samen een tegenaanval konden lanceren op de hoogtes bij Herderen en het noordelijker gelegen Vlijtingen.

Hoewel de Oostenrijkse veldmaarschalk Batthyányi het niet zag zitten om zijn troepen op te offeren aan een, in zijn ogen, zinloze aanval op de hoogtes bij Herderen, besloot hij wel troepen te sturen naar Vlijtingen, om daar de Nederlandse tegenaanval te ondersteunen. Indien de Nederlanders erin zouden slagen om de Fransen uit Vlijtingen te verdrijven, zou dat een directe bedreiging vormen voor de flanken van de aanvallende Franse troepen bij Lafelt. Genoeg, hopelijk, om de Franse druk op Lafelt te verlichten. 

De voorste troepen van de Nederlandse tegenaanval bereikten de zuid- en zuidwestrand van het dorp. Hier werden ze tegengehouden door een overmacht aan Franse infanterie. Ook begon de Franse artillerie flankerend kanonvuur aan te brengen in de Nederlandse gelederen. Na twee pogingen besloot Waldeck de Nederlandse tegenaanval te stoppen. De tweede poging gaf alleen maar hetzelfde resultaat: dood, verwarring, terugtocht. Waldeck liet het daarbij. Hij wilde geen soldaten offeren voor een doel dat verder weg leek dan ooit. Alle ogen waren nu gericht op de strijd die nog steeds in alle hevigheid bezig was. De strijd rondom Lafelt.

Weer denderded de Fransen richting Lafelt. Zes brigades stormden op de kleine nederzetting af, een stroom van lichamen, vaandels en trommels. Voorwaarts door boomgaarden, lijken en vijandelijke kogels, bereikten ze Lafelt. Cumberland, aanwezig bij het kritieke punt, verzamelde alle troepen die hij in zijn nabijheid kon vinden en, gedekt door een uitholling in het terrein, viel hij de Fransen ongezien aan. De verrassing was compleet en een groot deel van de Franse troepen trok zich weer terug. Slechts een klein deel van de oorspronkelijke zes brigades bleef achter in een boomgaard, en hielden zo net aan stand in een klein stuk van Lafelt. Weer strandde een Franse poging. En weer gingen ze het nog een keer proberen. Ditmaal waren het de Ieren die het moesten proberen om Lafelt te veroveren. Maar ook deze vierde poging strandde, ditmaal aan de noordkant van Lafelt. 

Maar uiteindelijk werd de druk op Lafelt hoog. Zeer hoog. Maar na de mislukte tegenanvallen had Cumberland bijna geen opties meer. Toch was de slag nog niet verloren. Lafelt was nog steeds ferm in geallieerde handen en zijn rechterflank bij Grote-Spouwen was nog steeds veilig in tact. Het probleem lag echter tussen Lafelt en Vlijtingen, waar zijn centrum teruggeslagen was richting Rosmeer en Hees. Het was dit gegeven dat Cumberland zorgen baarde. De Fransen zouden van deze deuk in de linie gebruik kunnen maken door het leger van Cumberland in tweeën te splijten. Vervolgens zouden de Fransen een deel van het geallieerde leger naar Maastricht terug kunnen dringen en het andere deel richting Bilzen. Hiermee zou het geallieerde leger ophouden te bestaan en lag de weg naar Maastricht en de Republiek open. 

Met dit scenario in zijn hoofd, besloot Cumberland om het leger georganiseerd en ordelijk terug te laten trekken richting Lanaken. Rond 16.00 uur, na uren van strijd, gaf hij het bevel. Zo ook aan de troepen die nog steeds in Lafelt aan het vechten waren. Uren strijd was in de straten van Lafelt geleverd. Huizen stonden niet meer overeind, overal was de dood aanwezig, maar eindelijk, na talloze charges, hadden de Fransen Lafelt in handen. Het was nog maar een schim van wat ooit een dorp was geweest.

Een terugtrekkend leger is echter een kwetsbaar leger. En het was duidelijk zichtbaar dat op de Franse rechterflank er cavalerie-eenheden klaarstonden om de aanval in te zetten op de fragiele geallieerde formaties. Ligonier, nog aanwezig nabij Kesselt, twijfelde geen moment en besloot met elf eskadrons cavalerie voorwaarts te gaan om het leger rugdekking en tijd te geven, om zo een potentiële catastrofale nederlaag af te wenden. Het was geen aanval meer — het was een rit naar de ondergang. Hij deed dit zo fanatiek dat het de geallieerden genoeg tijd gaf om nieuwe linies te formeren in de buurt van Lanaken.  Maar de tol was hoog. Lichamen lagen verspreid in de weilanden, en Ligonier zelf werd tijdens de strijd afgesneden van zijn eenheid. Hij werd gevangen genomen door de Fransen. Tijd was gekocht met bloed.

Ligonier werd na een onderhoud met Maurits van Saksen naar de Franse koning Lodewijk XV gebracht, schijnbaar met de woorden ‘Sire, hier presenteer ik aan uwe majesteit de man die al mijn plannen heeft gedwarsboomd door een enkele glorieuze actie’.

Rond 17.00 uur arriveerde de linkervleugel van het leger van Cumberland veilig in Lanaken. Twee uur later zou de rest van het leger volgen. De Fransen, uitgeput en te kampen met zware verliezen, besloten de achtervolging niet in te zetten. Bovendien was het inmiddels laat op de dag en dankzij de net vallende regen werd het lastig om met snelheid richting Lanaken op te rukken.  Kortom, het geallieerde leger was veilig. En intact. Maar het waren de Fransen die heer en meester waren over het terrein waar de gehele dag de veldslag had gewoed. 

In totaal zouden er op die zondag 2 juli 1747 duizenden soldaten sneuvelen, gewond raken of gevangen worden genomen. De geallieerden verloren zo’n 6000 man, de Fransen verliezen liepen op tot zo’n 10.000 man. Talloze karkassen van paarden, verlaten kanonskogels, verspreide ledematen  en lijken lagen over de grond verspreid. Lafelt leek op een hel uit Dante’s Inferno. Verder in het westen, bij de landcommanderij nabij Grote-Spouwen, daar waar in de ochtend Cumberland nog had ontbeten, liepen in de avond Maurits van Saksen en Lodewijk de XV binnen. De slag was gewonnen. Maar de oorlog niet. 

u/Fun_Pizza6186 — 9 days ago